NIEUWS

nrc-1200x800.jpg
24/mei/2019

Burn-out. Wat is er wetenschappelijk bekend over de oorzaken van burn-out? En vijf andere vragen.

Soms lijkt het wel alsof er een epidemie van burn-out over ons land trekt. Is net de ene collega weer voorzichtig aan het werk, valt de volgende om. Vaak tot hun eigen verbazing. Want je hóórt wel veel over burn-out – het onderwerp staat in de bladen en er zijn vele boeken over volgeschreven – maar dat zijn vaak verhalen van mensen die over hun eigen ervaringen vertellen. Die mensen zagen het allemaal niet aankomen, anders hadden ze er wel iets aan gedaan, maar ineens konden ze niets meer.

Hun verhalen hebben doorgaans een klassieke spanningsboog: eerst is er succes en heel hard werken, dan komt de klap van de massieve vermoeidheid, waarna de hoofdpersoon met vallen en opstaan een nieuw, meestal beter evenwicht in het leven vindt, gericht op iets hogers dan geld of succes. Mooie verhalen zijn het.

Maar wat is een burn-out eigenlijk? Wat is er wetenschappelijk bekend over de oorzaken? En zitten we nu echt middenin een epidemie? In deze serie artikelen over burn-out beginnen we bij de basis: waar hebben we het over, als we het over burn-out hebben? Zes vragen.

 

  • Wat is een burn-out?

    Volgens een oude dooddoener is het IQ datgene wat een IQ-test meet. Datzelfde kun je zeggen over burn-out: een burn-out is datgene wat een burn-outvragenlijst meet. En veel wetenschappers zéggen dat inderdaad.

    In de wetenschappelijke literatuur wordt een burn-out namelijk vaak gedefinieerd als een combinatie van drie dingen: uitputting, een cynische houding tegenover het werk en het gevoel dat het niet meer lukt om het werk goed te doen. En die driedeling komt uit de internationaal meestgebruikte vragenlijst voor burn-out: de Maslach Burn-out Inventory (MBI), in 1981 gepubliceerd door de Amerikaanse psycholoog Christina Maslach.

    „Zij heeft in de jaren zeventig en tachtig interviews gehouden met mensen die extreme emotionele uitputting voelden op het werk”, vertelt burn-out-expert Wilmar Schaufeli, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht en de KU Leuven. „Maslach sprak met mensen met sociale beroepen (hulpverleners, leerkrachten, maar ook politieagenten). Die kwamen toen zelf met het woord burn-out.”

    Op basis van die interviews bedacht Maslach vragenlijst-items (zoals I feel emotionally drained from my work, ‘nooit’ tot ‘elke dag’) om het concept burn-out te ‘meten’. Dat is normaal in dit soort onderzoek. Vervolgens keek ze, ook dat is gebruikelijk, of er clusters van vragen waren waarop de antwoorden vaak met elkaar samenhingen. Daar kwamen die drie clusters – uitputting, cynisme en verminderde bekwaamheid – uit, een driedeling die daarna „redelijk vaak” is teruggevonden, vertelt Schaufeli. Zijn Nederlandse bewerking van de MBI, de Utrechtse Burn-out Schaal (UBOS) uit 2000, heeft ook die drie clusters.

    Maar de Multidisciplinaire richtlijn overspanning en burn-out, die Nederlandse bedrijfsartsen, eerstelijnspsychologen en huisartsen – praktijkmensen dus – in 2011 publiceerden, hanteert een definitie waarin die drie clusters niet centraal staan en waarin cynisme zelfs geen noodzakelijk symptoom is. Burn-out wordt in die richtlijn gedefinieerd als een vorm van overspanning die meer dan een half jaar duurt en waarbij de nadruk ligt op vermoeidheid, maar waarbij zich ook symptomen als prikkelbaarheid, labiliteit en concentratieproblemen kunnen voordoen.

    Zo op het oog lijkt die definitie goed te vangen wat er gebeurt als mensen een collega (of zichzelf) zien ‘omvallen’ op het werk. Beter dan de op Maslachs werk geïnspireerde constatering: aha, die is kennelijk uitgeput, cynisch, en kan niks meer.

    Mensen willen graag horen dat er een hormonaal probleem is, ze willen dat het niet aan hen ligt

    Daar is Wilmar Schaufeli het mee eens. Samen met Steffie Desart en Hans De Witte van de KU Leuven werkt hij aan een nieuwe wetenschappelijke definitie van burn-out. Ze hebben bedrijfsartsen, coaches, huisartsen en psychologen geïnterviewd over de symptomen van burn-outpatiënten. Ze concludeerden dat algehele uitputting het kernsymptoom is, waaruit drie andere soorten symptomen voortkomen: cognitief controleverlies (bijvoorbeeld geheugen- en concentratieproblemen), emotioneel controleverlies (bijvoorbeeld huilbuien, woedeaanvallen) en mentale distantie (bijvoorbeeld weerstand tegen het werk, cynisme).

    „Doordat je zo moe bent, kun je je eigen gedachten en emoties niet meer reguleren”, legt Schaufeli uit.

    „En dan wil je in een poging tot zelfbescherming afstand nemen tot je werk en de mensen daar, maar dat maakt het alleen maar erger. Want dan worden de relaties met die mensen slechter, dus je werk wordt slechter. Dat maakt het nog zwaarder.”

    En dat leidt weer tot depressieve klachten en spanningsklachten, denken de wetenschappers. Burn-outpatiënten zijn vaak somber, slapen slecht, piekeren en rapporteren een heel scala aan lichamelijke klachten: hoofdpijn, buikpijn, spierpijn, hartkloppingen, huiduitslag, vatbaarheid voor ontstekingen en nog veel meer. Waarschijnlijk werken al die symptomen ook op elkaar in en kunnen ze elkaar versterken: wie steeds vage klachten heeft, kan daar slecht van gaan slapen en raakt nog vermoeider.

    Schaufeli en zijn collega’s zijn een nieuwe burn-outvragenlijst aan het ontwikkelen: de Burn-out Assessment Tool (BAT), die naar al die symptomen vraagt. Vervolgens moeten ze aantonen dat de BAT beter onderscheid maakt tussen mensen mét en mensen zónder burn-out dan bestaande vragenlijsten. Als dat zo blijkt te zijn, zou het instrument nog wetenschappelijk ingeburgerd moeten raken.

    „Ik heb een consortium opgericht met onderzoekers uit meer dan twintig landen, in de hoop en verwachting dat zij onze vragenlijst gaan gebruiken”, zegt Schaufeli. „Kwestie van contacten en lobbyen.” Wetenschapspolitiek. Als dat allemaal lukt, dan is een burn-out dus straks opnieuw wat een burn-outvragenlijst meet, maar anders – beter – dan eerst.

  • Hoe onderscheid je een burn-out van een depressie?

    Moeilijk, want er is een overlap in symptomen, zoals somberheid en slaapproblemen. Maar bij depressie, zegt Schaufeli, hebben mensen vrijwel nergens meer plezier in. „Bij burn-out genieten patiënten vaak nog wel van bijvoorbeeld een film of van hun kinderen. Maar er is zeker een overlappend gebied. Dat is óók de ‘schuld’ van het depressiebegrip, dat niet heel scherp gedefinieerd is, zeker niet in de volksmond.” Net zo min als burn-out, waarvan ook mensen die het krijgen vaak niet precies weten wat het is.

    De criteria voor depressie staan in psychiatrisch handboek DSM-5; je moet dan minstens vijf van een lijstje van negen symptomen hebben, waaronder aanhoudende somberheid en/of plezierverlies. Burn-out staat niet in de DSM-5. Het zou in dat boek bij de aanpassingsstoornissen horen: disproportioneel lijden en/of beperkingen in het dagelijks functioneren als reactie op een ‘stressor’.

    Psychiatrische stoornissen zijn sowieso moeilijk af te bakenen. Als je lang met een burn-out doorloopt, zegt Schaufeli, kun je depressief worden.

  • Is een burn-out vooral psychisch of vooral lichamelijk?

    De klachten waarmee opgebrande mensen zich bij hun arts melden, kunnen zowel psychisch als lichamelijk zijn: somberheid, slaapproblemen, piekeren, paniekaanvallen en een hele baaierd aan lichamelijke klachten, van hartkloppingen tot huiduitslag (‘psychosomatische spanningsklachten’, noemen de Leuvenaren die). Het idee is dat al die symptomen ontstaan door algehele uitputting en dat ze ook weer bijdragen aan verdere vermoeidheid. Wat precies oorzaak en wat gevolg is, is moeilijk te onderzoeken.

    Vermoeidheid is sowieso een lastig concept, zegt Schaufeli. Is vermoeidheid psychisch, is het lichamelijk? „Ik denk dat je dat niet kunt onderscheiden, en ik denk ook dat er nooit een stofje gevonden zal worden dat vermoeidheid veroorzaakt.” Daar hebben onderzoekers wel naar gezocht, net zoals er gezocht is naar objectieve manieren om de diagnose burn-out te kunnen stellen, met ‘biomarkers’, zoals hormonen. Maar dat lukt dus (nog) niet. Helaas. „Mensen willen graag horen dat er een hormonaal probleem is”, zegt Schaufeli. „Ze willen dat het niet aan hen ligt.” En dat is ook niet zo – het ligt in elk geval niet louter aan hen.


https://www.burnout.expert/wp-content/uploads/2017/07/Solvo_728x902.jpg

  • Wat is de oorzaak?

    In de wetenschap wordt als belangrijkste oorzaak van een burn-out meestal een verstoorde balans genoemd tussen enerzijds wat iemand allemaal moet op het werk (van de baas of van zichzelf), en anderzijds wat diegene allemaal terugkrijgt van het werk, bijvoorbeeld autonomie, waardering, gezellige collega’s, een goed salaris, prettige werkroosters, zien dat het werk resultaat oplevert. „Er zijn heel veel mensen die hard werken en nooit burned-out raken”, zegt Schaufeli. „Je kunt meer hebben naarmate je meer compensatie krijgt. Het gaat om de balans.” Dat geldt trouwens ook, zegt hij, voor het evenwicht tussen inspanning en herstel: wie niet uitrust, wordt steeds vermoeider.

    Het is wel zo dat sommige mensen meer kans lopen op een burn-out dan andere. Bij perfectionisten en mensen die moeilijk ‘nee’ kunnen zeggen, raken bovenstaande evenwichten bijvoorbeeld makkelijker verstoord. Mensen die ‘bevlogen’ zijn, zoals psychologen dat graag noemen, dus die erg genieten van hun werk, lopen juist minder risico – mits ze het werk ook kunnen loslaten. Workaholics die niet werken, daarentegen, voelen zich nutteloos, zegt Schaufeli. „Dan is het dwangmatig, die mensen lopen juist een verhoogd risico op burn-out.”

    Volgens de Amerikaanse psycholoog Christina Maslach, die ook nog steeds over burn-out publiceert, moeten we de oorzaak vooral niet louter bij de persoon zoeken; de rol van de werkomgeving negeren verergert het probleem. Zij is dan ook blij dat burn-out niet in de DSM staat als psychologische tekortkoming of ziekte. Eerder dit jaar schreef Maslach over het gevaar dat mensen niet over hun vermoeidheid durven praten op het werk uit angst om zwak gevonden te worden. In organisaties met zo’n angstcultuur lopen mensen een hoger risico op burn-out.

    Burn-out kan in zekere zin ‘besmettelijk’ zijn

    En burn-out kan in zekere zin ‘besmettelijk’ zijn, schreef ze: mensen raken cynisch en geïrriteerd, er komen conflicten, het werk wordt niet goed gedaan, de volgende valt uit. Maslach vindt burn-out „meer een kenmerk van teams dan een individueel syndroom”.

    Of mensen ook burned-out kunnen raken door vervelende gebeurtenissen buiten het werk is onduidelijk. Volgens Schaufeli en ook volgens organisatiepsycholoog Arnold Bakker (Erasmus Universiteit) is er wel een verband tussen privé-problemen en burn-out, maar er is nog te weinig onderzoek naar gedaan. Net als naar de rol van bredere maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het toegenomen individualisme.

 

Hoeveel mensen in Nederland hebben een burn-out?

Dat weten we niet. Er gaan wel cijfers rond, maar bij al die cijfers is wel een kanttekening te maken.

De bekendste cijfers zijn waarschijnlijk die van de jaarlijkse Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van TNO en het CBS onder ruim 46.000 werkende Nederlanders: in 2015 en 2016 kampten ongeveer 1 op de 7 werknemers met burn-outklachten. Maar ten eerste is dat onderzoek gedaan onder werkenden; de opgebrande thuiszitters zijn dus niet meegerekend. De NEA vraagt wel naar de reden van het laatste ziekteverzuim; 4,5 procent vulde daar ‘psychische klachten, overspannenheid, burn-out’ in. Daar zitten dus ook andere psychische klachten bij.

Een tweede punt is dat de in de NEA gebruikte vragen niet wetenschappelijk gevalideerd zijn om burn-out vast te stellen. De vragen zijn een bewerking van die uit de eerder genoemde UBOS, maar dan alléén van de vragen naar vermoeidheid, de NEA vraagt niet naar cynisme en verminderde werkprestaties.

Psychische vermoeidheid hoort gewoon bij onze moderne manier van werken

En zelfs al zou de volledige UBOS zijn afgenomen bij een representatieve steekproef van de Nederlandse volwassenen, dan was het nog niet goed, zegt Schaufeli over zijn eigen vragenlijst. Want er is in 2000 voor het laatst gekeken of de UBOS burn-outpatiënten goed kan onderscheiden van mensen die niet opgebrand zijn en dat is te lang geleden: de normen zijn verouderd. Deze cijfers geven dus wel een indicatie van het aantal Nederlanders dat zich heel moe voelt door het werk, maar geven niet het aantal mensen met burn-out weer.

Dat wordt ook nergens goed bijgehouden. Arbodiensten en bedrijfsartsen zouden het aan het Nationaal Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) moeten doorgeven, maar volgens het NCvB gebeurt dat niet consequent. Dat maakt hun cijfers moeilijk te interpreteren. Sinds 2014 waren er steeds tussen 700 en 800 meldingen van burn-out en circa 1.200 meldingen van overspannenheid per jaar, terwijl Nederland zo’n 7 miljoen werknemers telt.

Volgens uitkeringsinstantie UWV hadden in 2016 in totaal 4.965 mensen met een burn-out een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO of WIA), op een totaal van 546.311 uitkeringsgerechtigden. Bijna de helft van hen is al tien jaar of langer ziek. Die kunnen trouwens nog een andere aandoening náást hun burn-out hebben.

 

Is burn-out nu een epidemie?

Nee, het is overdreven om van een epidemie te spreken, zegt Irene Houtman, de burn-outpecialist bij TNO. De burn-outklachten waarnaar de NEA vraagt, zijn de laatste jaren amper toegenomen. Het percentage werknemers met burn-outklachten stijgt weliswaar licht sinds 2013, maar het is de vraag of die stijging doorzet. En het aantal mensen dat overspannen de huisarts bezocht, daalt sinds 1990 zelfs nog steeds een beetje, is te zien op de site volksgezondheidenzorg.info van het RIVM.

„Een epidemie? Welnee”, zegt ook Schaufeli. „Toen ik in 1994 hoogleraar werd en het in mijn inaugurele rede over burn-out had, zeiden ze dat ook al.” Maar psychische vermoeidheid hoort gewoon bij onze moderne manier van werken, zegt hij. „Veel mensen werken niet meer met hun handen. We werken samen met andere mensen, we moeten conflicten oplossen, we moeten onszelf in de hand houden omdat je met computers overal kunt werken. De belasting is nu psychisch. Bij lichamelijk werk hoort lichamelijke slijtage; het moderne werk vraagt mentaal kapitaal, dus dan raak je mentaal uitgeput.”

Bron: NRC


Meer informatie over begeleiding?

zienstresscollega-1200x800.jpg
24/mei/2019

Lees hier tips wat je kunt doen wanneer je stress signaleert bij een collega of een medewerker.Deze stap is lastig, maar belangrijk aangezien de persoon in kwestie vaak te diep in de situatie zit. De collega vindt vaak dat het allemaal wel meevalt en denkt dat hij het allemaal wel aankan. Bovendien wil de collega zich niet als “zwak” opstellen en zal hij minder snel toegeven dat de druk teveel is.

Je kunt de volgende acties ondernemen:

  • Ga met de collega een open gesprek aan. Bij voorkeur buiten, lopend. Even los van de werkomgeving
  • Geef tijdens het gesprek aan wat jou de laatste tijd opvalt en vraag de collega hoe het gaat zowel op het werk als privé
  • Geef aan dat de collega altijd kan praten met de HR manager als hij ergens moeite mee heeft
  • Geef aan dat om hulp vragen of erkennen dat het werk op dit moment teveel is geen zwakte is maar juist een kracht
  • Vraag aan de collega of hij zij op dit moment ondersteuning nodig heeft en hoe hij dat voor zich ziet
  • Geef het belang aan van een fitte werknemer (zowel voor de organisatie als de medewerker zelf)
  • Organiseer een workshop / informatiebijeenkomst waarin je collega’s uitlegt wat het belang is van stress management en het herkennen van signalen
  • Organiseer een bijeenkomst voor leidinggevenden gericht op het belang van een vitale werknemer, de rol van stress en de impact van stress op het team en het resultaat van de organisatie
  • Organiseer een bijeenkomst waarbij leidinggevenden stresssignalen bij zichzelf en binnen hun team kunnen leren kennen; en geef tools mee om met stress binnen het team om te gaan

Instatera heeft een interactieve training voor stress op het werk met veel aandacht voor fysieke oefeningen. Waarin medewerkers ervaren waar valkuilen liggen en ontwikkelen de medewerkers concrete handvatten om beter met stress om te gaan en duurzaam beter en prettiger te werken met bij behorend effectief gedrag.


Meer informatie over stress preventie voor bedrijven

artikelmarc-1200x800.jpg
24/mei/2019

Te moe om je bed uit te komen of televisie te kijken. De hele dag opzien tegen het enige taakje dat je hebt: de vaatwasser uitruimen. Een burn-out is verschrikkelijk. Helaas is de kans dat jij er een hebt of er nog last van krijgt vrij groot.

“Een klassieke burn-out is heel heftig”, vertelt stress en burn-outcoach Marc Jutte. “Je bent dan zo lang over je grenzen heen gegaan dat je uitvalverschijnselen hebt. Zowel fysiek als psychisch. Televisiekijken is vermoeiend, feestjes kosten te veel energie. Überhaupt uit je bed komen is al een hele uitdaging.”

Volgens hem worden overspannenheid en burn-outs vaak door elkaar gehaald. “Overspannenheid bouw je in een half jaar op. Dat is vaak een combinatie van bijvoorbeeld druk zijn, verhuizen en slecht slapen. Met zes weken rust ben je er wel weer bovenop. Een burn-out bouwt zich jaren op. Als je er eenmaal uitligt, ben je er vaak minstens een half jaar uit.”

We moeten ons vaker vervelen

Marc kan er uit eigen ervaring over mee praten. Hij had twee keer een burn-out. “Je hoofd zit vol en je batterij is leeg. Je lijf geeft van tevoren veel signalen, maar die zijn niet opgepikt. Je kunt het goed vergelijken met een leeuw die een zebra aanvalt. Het is vechten of vluchten. Je lijf moet maximaal presteren en dat kost veel energie! Een leeuw of een zebra kan maximaal twee van die momenten op een dag hebben, daarna gaan ze voor maximale rust. Mensen leveren tegenwoordig bijna continu maximale inspanning, maar aan rust komen ze niet meer toe. Er moet hard gewerkt worden, maar van hard werken zelf krijg je meestal geen burn-out. Het is de werkdruk: je móet alle appjes en mailtjes beantwoorden. Alles gaat snel en we krijgen ontzettend veel prikkels. Uit onderzoek is gebleken dat wij evenveel informatie in een maand krijgen als de mensen in 1900 in hun hele leven. Je moet dan rustmomenten hebben en die slaan we vaak over. Het zou goed zijn om als we ons vaker vervelen. Dat zijn we verleerd.”

Ook door de social media staan we onder druk. “We zien elk moment van dag wat anderen aan het doen zijn: mooie reizen, festivals. Weinig mensen zetten negatieve dingen online. Dat roept nog weleens de vraag ‘Waarom heb ik dat niet?’ op.”

Gelukkig heeft Marc meer tips waarmee je de kansen op een burn-out kunt verkleinen. “Ga naar buiten. In Japan geven ze geen antidepressiva, maar schrijven ze ‘forest bathing’ voor. Mensen moeten dan gewoon een uur buiten het bos in. Dat is ontzettend goed. Ga dan wel rustig wandelen, hardlopen of fietsen. Je lichaam maakt dan het stofje endorfine aan. Dat remt je stressniveau. Door bijvoorbeeld te squashen gaat je stressniveau juist omhoog. Neem momenten voor jezelf. Zet je telefoon af en toe uit. Het liefst ook elke avond op tijd. Blauw licht houdt ons actief en schopt ons bioritme in de war.”

En hoe groot die kans dan is dat ook jij binnenkort totaal opgebrand bent? “Eén op de acht mensen krijgt een burn-out, maar bij jongeren is de kans groter. Dus zeg twintig procent? Beloven dat je niks oploopt als je de tips toepast, kan ik niet, maar ze zorgen er wel voor dat je beter in je vel zit, een langer lontje hebt en je rustiger voelt. En dat vermindert de kans op een burn-out.”

Bron: Beam


https://www.burnout.expert/wp-content/uploads/2017/01/Solvo_300x600-20182.jpg

Herkennenstress-1200x800.jpg
24/mei/2019

Wanneer je veel stress hebt zit je er vaak middenin en heb je dit zelf niet door. Je past je aan de stressvolle situatie aan en mist de helikopterview. Toenemende druk sluipt er stapje voor stapje in en voor je het weet zit je in een vicieuze cirkel die nog maar lastig te doorbreken is.

Het is belangrijk om als manager of collega te kunnen signaleren dat er een collega overbelast dreigt te raken. Juist omdat de persoon in kwestie te diep in de situatie zit en daardoor zelf niet in staat is de druk te signaleren en aan de bel te trekken.

Pas wanneer de collega ziek wordt neemt hij noodgedwongen rust, maar dan is al te laat.

Stap 1 is het herkennen van de stress signalen van de collega.

  • Je collega is sneller geïrriteerd
  • Je collega slaat vaker pauzes over
  • Je collega werkt steeds vaker over
  • Je collega eet vaak achter het bureau
  • Je collega maakt sneller fouten die hij/zij daarvoor niet maakte
  • Je collega klaagt de laatste tijd meer
  • Je collega is minder vrolijk dan voorheen
  • Je collega raakt het overzicht kwijt

Instatera heeft een interactieve training voor stress op het werk met veel aandacht voor fysieke oefeningen. Waarin medewerkers ervaren waar valkuilen liggen en ontwikkelen de medewerkers concrete handvatten om beter met stress om te gaan en duurzaam beter en prettiger te werken met bij behorend effectief gedrag.


Meer informatie over preventieve aanpak

Actueel10072017-1200x800.jpg
24/mei/2019

Het Gezonde Kantoor

In een proefkantoor op de Zuidas werd álles veranderd: beweging, eten, planten én de stoel.

In een oranje kantoorkolos op de Amsterdamse Zuidas deden vorig jaar 124 vastgoedconsultants mee aan een onderzoek. Tijdens hun dagelijks werk testten ze vijf maanden lang of ze beter werkten onder ander licht, met meer groen, regelmatige ontspanning, meer beweging en gezondere voeding.

Het proefkantoor was ingericht bij CBRE, een wereldwijd werkend bedrijf dat kantoren en winkels verkoopt, verhuurt, inricht en verbouwt. Het project is succesvol genoeg om te worden vermarkt, want de mensen in het veranderde kantoor voelden zich iets minder belast en waren beslist gelukkiger, energieker en voelden zich gezonder. CBRE maakte een kleurrijke folder ‘Het sneeuwbaleffect van Healthy Offices’. CBRE biedt aan om te onderzoeken of een bestaande werkplek gezondheid en welzijn ondersteunt.

„Wat het resultaat ook mocht worden, ik had volledige vrijheid om alle resultaten te publiceren in de wetenschappelijke literatuur”, zegt onderzoeker Elizabeth Nelson in het CBRE-kantoor. Vier artikelen zijn gepland voor haar proefschrift waarmee ze gaat promoveren aan de Universiteit Twente. „Maar er komen zeker veel meer artikelen.”

„We zijn als bedrijf geïnteresseerd in nieuwe ontwikkelingen rond gezond werken”, zegt Wouter Oosting, directeur werkplekstrategieën en -ontwerp van CBRE. Traditioneel is een kantoor vooral beton, baksteen, bureau, stoel, kast en tl-buis. Iets wat niets te maken heeft met de natuurlijke omgeving van de mens. Oosting: „Waarschijnlijk kun je een kantoor gezonder maken door het als een ecosysteem te beschouwen.”

Toen hij ruim twee jaar geleden met Nelson naar de uitkomsten van eerdere experimenten keek, kon hij daar weinig mee. „Het was een enorme stapel, maar meestal maar over één facet van het werk en vaak niet uitgevoerd in een gewone kantooromgeving.” Dat planten de productiviteit bevorderen, is uitgezocht. En er is veel onderzoek naar gedragsverandering van personeel. Maar onderzoek dat vooral is gericht op kantoorfaciliteiten is schaars.

Oosting vroeg zijn raad van bestuur om geld om zelf onderzoek te doen. De uitvoering kostte ongeveer 100.000 euro, los van de kosten voor onderzoekers en begeleiders.

Zo werd dit het eerste onderzoek onder hoogopgeleide kantoorwerkers in hun eigen werkomgeving. Nelson verdeelde 124 deelnemers (van de 400 CBRE-mensen die in Amsterdam werken) over drie groepen. Het CBRE heeft flexibele werkplekken. De 41 mensen in de controlegroep moesten tussen hun collega’s in het traditionele kantoor werken. Alleen de ruim 80 mensen in de twee interventiegroepen mochten de aangepaste werkplekken gebruiken, die iedere maand veranderden. Het waren twee interventiegroepen, omdat de helft van de ‘gezond’ werkende mensen stappentellers en andere wearable activity trackers kregen. Die wearables gaven ook feedback en gaven tips.

Inmiddels is er weinig meer te zien van het experiment. Sta-bureaus, zitballen, loopbandbureaus en planten zijn weg. De CBRE-ers werken in een overvol kantoor. Alleen de aan de biologische klok aangepaste verlichting is nog duidelijk aanwezig. Om drie uur ’s middags stralen de lampen nog helder daglicht uit. Tegen het eind van de middag dimt het licht en krijgt het een warmere kleur.

Zulk ‘circadiaan’ licht is niet wat je verwacht in een kantoor waar productiviteit belangrijk is. Nelson: „De traditionele opvatting is dat je mensen de hele dag in helder licht zet. Dan blijven ze alert. Maar je bezorgt ze ook meer slaapproblemen. De mensen die bij ons experiment in circadiaan licht werkten, sliepen beter.”

De deelnemers kregen dagelijks een vragenlijst over hoe zwaar ze zich mentaal belast voelden. Gedurende het experiment dat, inclusief de uitgangsmetingen, zeven maanden duurde, nam die belasting af bij de deelnemers in de gezonde omgeving.

Maar aan het eind nam de belasting ook weer toe: de eindwaarde was gelijk aan de nulmeting. Nelson: „Maar de controlegroep voelde zich in die maanden steeds zwaarder belast. We zagen daar het aantal mensen met een beginnende burnout ook toenemen. In de gezonde omgeving gebeurde dat niet.”


https://www.burnout.expert/wp-content/uploads/2017/07/Solvo_728x902.jpg

Deze vijf interventies leiden tot betere prestaties op kantoor:

  1. Licht
    De onderzoekgroep kreeg in zijn werkomgeving een ‘circadiaan lichtritme’. In de ochtend was het licht warm (gelig). Dat veranderde in de loop van de dag naar helder wit daglicht; tegen het eind van de werkdag werd het weer warm. Het licht werd ook gedimd, als voorbereiding op de nacht.
    Die circadiane lampen waren ook lager gemonteerd. Ze schijnen iets meer op het gezicht, niet in de ogen. De controlegroep behield de hele dag de ‘warme’ tl-kantoorverlichting.
    In het nieuwe licht dachten de proefpersonen 18 procent beter te presteren.
  2. Planten
    In de gezonde hoek van het onderzoekskantoor kwamen planten te staan. Echte en nep, en beduidend meer dan de traditionele ene plant per kantoorzaal die nu gebruikelijk is. Een muur kreeg fotobehang. Het is nu eenmaal aangetoond dat afbeeldingen van ‘natuur’ ook goed zijn voor kantoormensen.
    De controlegroep moest het doen met de bloemen-op-vaas bij de koffieautomaten. Niemand ziet die vanaf de werkplek. In de groene omgeving vonden de consultants dat ze 10 procent beter presteerden.
  3. Ontspanning
    De vrouwen onder de proefpersonen meldden zich als eersten massaal aan voor de massages. Later gingen de mannen ook. En ze bleven. De massagesessies waren steeds volgeboekt. Aan de aangeboden meditatie- en yogalessen (kort, in het gebouw) deden minder mensen mee. Er was ook een slaapruimte voor korte ‘powernaps’. Een kwart van de deelnemers vond dat die moest blijven. Maar veel anderen dachten dat ‘het management’ het niks zou vinden. Deelnemers dachten 16 procent beter te presteren in de maand waarin ze aan hun mentale balans konden werken.
  4. Voedsel
    Een bescheiden verandering in het ‘kantoorvoedsel’ gaf de deelnemers het idee 20 procent beter te presteren. Dat is een groot effect. Het drinken van koffie – of eigenlijk de inname van cafeïne – werd ontmoedigd door ’s middags waterkannen met komkommer, fruit en munt neer te zetten. Er was ook theïnevrije thee. Om de energiedip in de middag te bestrijden konden de proefpersonen fruit, noten en rijstwafels met hummus en komkommer nemen. De controlepersonen bleven aangewezen op hun eigen snacks, vaak suikerrijk.
  5. Bewegen
    De zitbal was favoriet als alternatief voor de bureaustoel. Staand werken ook wel. Maar de loopbandbureaus en het fietsbureau werden weinig gebruikt. Typen lukt dan niet zo goed. Staand en fietsend vergaderen ging goed. De kantoorwerkers die beweegadvies kregen, liepen vaker langs bij een collega, in plaats van een e-mail te sturen. Ze dachten 11 procent beter te presteren. Ze voelden zich gezonder en energieker, maar de geluksscore was hoger bij andere voeding, meer groen, ontspanning en beter licht.

Bron: nrc


Meer informatie over preventieve aanpak op de werkplek

Actueel17072017-1200x800.jpg
24/mei/2019

Werkgevers treffen te weinig maatregelen om herhaling van een burn-out te voorkomen, bleek afgelopen dinsdag uit onderzoek van Kantar Public. Meer dan de helft van de ondervraagden die een burn-out hebben gehad, zegt dat de leidinggevende niet van de situatie heeft geleerd.

Maar is het wel mogelijk om een werkplek geheel burn-out-vrij te maken? En wat kunnen werkgevers doen om burn-outs bij hun medewerkers te voorkomen of de kans op herhaling te verkleinen?

Er is in de wetenschap veel bekend over hoe je een burn-out kunt vermijden, zegt hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie Wilmar Schaufeli van de Universiteit Utrecht. “Op papier is het mogelijk om de ideale werkplek uit te tekenen die ertoe leidt dat er geen burn-outs meer zijn.”

Maar dat is theorie. In de praktijk blijkt het een stuk moeilijker om alle kennis te implementeren. “Er zijn weinig bedrijven die de mogelijkheid hebben de hele productie of bedrijfscultuur om te gooien.”

Onderwijs

Schaufeli neemt het onderwijs als voorbeeld. “Daar zou het in theorie helpen om de klassen te verkleinen, salarissen te verhogen en leraren beter op te leiden. In de praktijk blijken daar de financiële middelen niet voor te zijn, en hebben docenten toch altijd te maken met factoren als grote klassen, verschillende achtergronden en lastige ouders.”

Door dat soort sociale en bedrijfseconomische factoren zal het nooit helemaal lukken om werkstress en burn-outs uit te bannen, zegt Schaufeli. Wat werkgevers wel kunnen doen, is proberen de schade te beperken.

Werkdruk

Toon Taris, als hoogleraar gezondheids- en organisatiepsychologie ook verbonden aan de Universiteit Utrecht, noemt drie punten waarop een werkgever aanpassingen kan doen om de kans op een burn-out te verkleinen: werkdruk, regelmogelijkheden en sociale steun.

Bij de factor werkdruk lopen werkgevers tegen het probleem aan dat zijn collega Schaufeli ook al schetste: bedrijven kunnen de werkdruk uit financiële of organisatorische overwegingen niet altijd zomaar verlagen.

Taris: “Als je alle mensen leuk werk geeft, ben je binnen twee maanden failliet. Maatregelen zijn kostbaar, daar zit een probleem. Maar er valt veel te halen bij het slimmer aanpakken van werk, bijvoorbeeld door het schrappen van overbodige procedures.”

Regelmogelijkheden zijn makkelijker te implementeren op de werkplek. Hierbij gaat het om de vrijheid en autonomie die de individuele werknemer krijgt om zijn of haar werk in te vullen. Ook sociale steun is een belangrijk punt. Schaufeli: “Zorg voor een prettig werkklimaat waarin conflicten goed worden opgelost.” Taris vult aan: “Laat mensen praten. Zorg voor overleg en organiseer teamuitjes.”

https://www.burnout.expert/wp-content/uploads/2016/12/Solvo_728x90.jpg

Terugval

Die sociale steun is ook van belang wanneer een werknemer na burn-out terugkeert op de werkvloer. Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat mensen die een burn-out hebben gehad, een verhoogde kans hebben om er weer een te krijgen, zegt Schaufeli. “Net als bij mensen die een verslaving hebben gehad, houden ze een bepaalde kwetsbaarheid. Het gevaar van terugval is aanwezig.”

Uit het onderzoek van Kantar Public bleek dat slechts een derde van de werknemers denkt dat hun leidinggevende heeft geleerd van de gebeurtenissen. 54 procent is daar niet van overtuigd. Taris: “Zorg ervoor dat de situatie van de werknemer bespreekbaar is, en dat hij of zij het gevoel heeft begrepen te worden.”

Tegelijk moet er ook niet te veel nadruk worden gelegd op het probleem van het individu, vindt hij. “Het is een heel natuurlijke reactie om te zeggen: blijkbaar kun jij dit werk niet aan. Het is ook verleidelijk om de individuele werknemer op cursus te doen en daarmee het probleem af te doen. Maar daar is niet alles mee opgelost. Kijk ook naar het werkproces en of dat mogelijk invloed heeft op meer mensen op de werkvloer.”

Individuele factoren

Tegelijk zijn er natuurlijk wel individuele verschillen tussen werknemers. Bijvoorbeeld in kwetsbaarheid. Schaufeli: “De één valt om bij een zuchtje wind, de ander staat nog bij windkracht tien.”

Ook externe individuele factoren, zoals het privéleven van een werknemer, kunnen invloed hebben op de hoeveelheid stress die hij of zij ervaart. Veelgenoemde voorbeelden zijn relatieproblemen of het overlijden van een naaste. In zo’n geval kan het bedrijf bekijken of het mogelijk is om tijdelijk een andere regeling aan te bieden. Daarnaast kunnen de problemen met een vertrouwenspersoon bespreekbaar worden gemaakt, zegt Schaufeli.

Daarin kunnen bedrijven ook te ver gaan, vindt Taris. “We moeten niet naar een situatie waarin werkgevers zich bemoeien met het eet- of rookgedrag en de relatiestatus van een werknemer.” Terughoudendheid is dus geboden.

Effectiviteit

Volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft 14 procent van de werknemers burn-out-klachten. Betekent dit dat werkgevers te weinig doen om die kans te verkleinen? Schaufeli: “Dat is lastig te zeggen, omdat je niet weet hoe die percentages eruit hadden gezien zonder alle maatregelen die er nu zijn. Wel weten we dat het aantal burn-outs in eerdere jaren lager lag.”

Ook de door Taris genoemde factoren zijn maar van beperkte invloed. “Die verklaren de problemen voor ongeveer 20 procent. Persoonlijkheidsfactoren kunnen nog 5 à 10 procent verklaren, maar dan blijft alsnog 75 procent van de oorzaak niet aanwijsbaar.”

De werkgever kan dus niet veel meer doen dan de kans op een burn-out zoveel mogelijk beperken. Maar het hoort er ook een klein beetje bij, zegt Schaufeli. “Het is ook geen doodvonnis. Een burn-out hoeft niet dramatisch te zijn. Laten we proberen de schade te beperken en werknemers zo snel mogelijk weer aan het werk krijgen.”

Bron: nu.nl


Meer informatie over behandeling burn-out?

Soms is het prettig om je eigen situatie te bespreken om zo te kijken wat er aan de hand is. Burnout.expert werkt al een aantal jaren succesvol samen met de Burn-out Specialisten van Instatera. Zij staan voor je klaar om je telefonisch te woord te staan in een gratis intake gesprek. Je krijgt direct handvatten om je beter te gaan voelen. Bezoek de website van Instatera voor meer informatie.

Bezoek de website van Instatera

26062017-1200x800.jpg
24/mei/2019

We wisten stiekem wel al dat het goed was om af en toe eens een boek vast te nemen, maar volgens recent onderzoek is het zelfs zo goed dat je er ook beter van zou slapen en minder stress van zou hebben.
Een studie van enkele slaapexperts die gepubliceerd werd in Proceedings of the National Academy of Sciences, onderzocht het verband tussen slaaptekort en lezers die boeken verkozen versus lezers die liever op een tablet of smartphone lezen. De conclusie? Lezen op je tablet verstoort je slaappatroon danig, terwijl een boek lezen net goed voor je is.
Beter slaappatroon
Wetenschapster Annie-Marie Chang, experte in slaapstoornissen, verklaart de resultaten als volgt: “We ontdekten dat het natuurlijke ritme van ons lichaam verstoord wordt door het blauwe licht van elektronische toestellen. De proefpersonen die een e-book lazen, hadden meer tijd nodig om in te dommelen, vertoonden ‘s avonds minder slaperigheid, hadden minder melatonine afscheiding (het hormoon dat ervoor zorgt dat ons lichaam zich voorbereidt op de nacht) en waren ‘s morgens minder alert dan zij die een gewoon boek lazen.”
Minder stress
Maar dat is nog niet alles, het lezen van een boek zou er immers ook voor zorgen dat we minder stress hebben. Volgens een onderzoek van de University of Sussex zou boeken lezen ons maar liefst met 68 procent minder stress belonen. Voor hun onderzoek analyseerden de wetenschappers de stresslevels en de hartslag van de deelnemers, terwijl ze verschillende activiteiten beoefenden, zoals sporten, muziek beluisteren, gamen en lezen. De resultaten toonden aan dat lezen de meest rendabele activiteit was. Volgens neuropsycholoog David Lewis is amper zes minuutjes in stilte lezen al genoeg om de hartslag naar beneden te halen en onze spieren te ontspannen. Het zorgde er zelfs voor dat het niveau van stress lager lag dan voor de proefpersonen aan het experiment begonnen.
Empathischer
En zelfs daar blijft het niet bij. Volgens een studie van psycholoog Marco Iacoboni, die gepubliceerd werd inThe Annual Review of Psychology, zouden mensen die over een ervaring lezen dezelfde neurologische plaatsen stimuleren als wanneer ze het zelf zouden meemaken. En laat dat nu net het hersengebied zijn dat we nodig hebben wanneer we ons proberen in te leven in de gevoelens van een ander. Dringend tijd om nog eens langs de bibliotheek te gaan?

Bron: hln


https://www.burnout.expert/wp-content/uploads/2017/01/Solvo_300x600-20182.jpg

Actueel29052017-1200x800.jpg
24/mei/2019

Advocaten staan er om bekend lange dagen te maken, zeker op de Zuidas in Amsterdam. Onlangs bleek uit onderzoek van de Stichting Jonge Balie Nederland dat 44% van de jonge advocaten een (te) hoge werkdruk ervaart op kantoor.

Het risico om jezelf een keer echt goed voorbij te lopen en in een burn-out terecht komt is hierdoor hoog. Misschien niet nu, maar wel over een aantal jaar.

Ook Ronald Dijk, herkent de werkdruk binnen advocatenkantoren. “Een 50-urige werkweek is toch wel standaard voor een advocaat. Of misschien nog wel meer, zeker op de Zuidas.”

Zelf heeft Ronald 15 jaar als jurist gewerkt, niet op een groot advocatenkantoor. Vanwege zijn studie en achtergrond kent hij echter veel mensen die als advocaat werkzaam zijn.

“Het is over het algemeen een stel je niet aan cultuur”, aldus Ronald. “Als je aangeeft dat je echt overloopt en je grens bereikt is, wordt dat vaak helaas nog steeds gezien als teken van zwakte.”

“Daarnaast speelt perfectionisme onder advocaten ook een rol. Advocaten willen het vaak ook wel erg goed doen. Op zichzelf is dat natuurlijk goed en inherent aan kwalitatief goed werk, maar doordat geregeld werk mee naar huis wordt genomen, kan dat ten koste van het privé leven gaan en leggen advocaten soms onnodig de druk bij zichzelf op.”

Ronald haalt de advocaten grap aan: “Wanneer een advocaat om 17:00u naar huis gaat wordt er gevraagd of je gaat lunchen.”

“Concurrentie onder verschillende organisaties speelt ook een rol bij de werkdruk”, aldus Ronald. “Bovendien zijn klanten mondiger en hebben hoge verwachtingen, bijvoorbeeld wat betreft bereikbaarheid. In combinatie met het vele schriftelijke werk als advocaat kan dat tot grote druk leiden.”

“Jonge advocaten zitten bovendien nog in een opleiding naast het werk. Dat zorgt voor extra druk.”

Zelf kent Ronald verschillende advocaten met een burn-out. Ze zijn in de veertig. “Alsof ze daarvoor jarenlang hun grenzen hebben genegeerd en dan opeens de batterij op is.”

Zelf denkt Ronald inmiddels anders over werkdruk en is openheid daarbij volgens hem essentieel. “Het is belangrijk om meer openheid te creëren binnen de organisatie. Heb het er samen over. Je kwetsbaar durven opstellen en daarbij je grenzen aangeven is juist krachtig.” Niet alleen jij, maar ook de organisatie en de cliënt die je vertegenwoordigt heeft er baat bij. Laat stress terugkeren op de agenda bij een wekelijks overleg. Hierdoor wordt het taboe doorbroken.”

Openheid

Openheid is een thema dat je vaak hoort terugkomen als het gaat over werkdruk en stress. Zowel de werknemer als de werkgever heeft er baat bij dat werkdruk tijdig wordt gesignaleerd.

Als meer mensen binnen de organisatie open durven te zijn is het makkelijker om werkdruk te signaleren en om stappen te ondernemen.

De openheid begint bij jezelf. Durven en mogen erkennen dat het soms teveel is, is een belangrijke stap om werkdruk te verlagen en voorkomt dat je jezelf naar een burn-out toewerkt.

Uiteindelijk word je er een betere advocaat door als je je stress goed kunt managen. Veel stress haalt je efficiency omlaag, vermindert je beoordelingsvermogen. Ook het overzicht en je vermogen tot plannen verminderen wanneer je langdurig te veel stress hebt.

Gezonde werk-privé balans en ontspanning

Het is belangrijk om als werkgever en als werknemer in te zien dat een gezonde werk-privé balans en voldoende ontspanning essentieel is voor het goed functioneren van een werknemer.

Uiteindelijk is dit ook in het belang van de organisatie. Een juiste balans zorgt voor een hogere kwaliteit, meer creativiteit en meer werkplezier.

Iemand kan best meer dan 50 uur werken, als je daar veel energie uit krijgt. Hard werken is zeker geen reden voor een burn-out. Echter, als de werk-privé balans zover uit elkaar ligt en er geen tijd meer is voor echte ontspanning, dan is het belangrijk om in te grijpen.

Grenzen aangeven

Om werkdruk te voorkomen is het van belang om je grenzen aan te geven. Hierdoor creëer je duidelijkheid en zorg je ervoor dat je optimaal kunt blijven presteren.

Want zeg nu zelf, hoe goed presteer je nog als je continu onder druk werkt? Hoe vernieuwend kan je dan nog zijn? Kun je dan echt goed inspelen op de behoefte van de cliënt? Bovendien heeft een continue druk op den duur invloed op je werkplezier. En dat heeft weer invloed op je prestaties.

Stress en werkdruk zullen er altijd zijn. Het is belangrijk om hier op een slimme manier mee om te gaan. Op welk punt presteer je nog optimaal en haal je het beste uit jezelf? En hoe zorg je ervoor dat je niet over het punt gaat waarbij je eigenlijk niet meer productief en efficiënt werkt?

 

https://www.burnout.expert/wp-content/uploads/2016/12/Solvo_728x90.jpg

Hoofd, lichaam en intuïtie

Het is voor advocaten bovendien een uitdaging om een juiste balans te vinden tussen hoofd en lichaam. Het hoofd, je brein heb je nodig. Om je brein goed te laten presteren, is het essentieel om naar je lichaam te luisteren.

Advocaten zitten vaak ‘in hun hoofd’ waardoor het gevoel onderbelicht is, maar hoe concreet de advocatuur ook is, onderschat de kracht van intuïtie en gevoel niet.

Zowel in privé sfeer als zakelijk kan je intuïtie je leiden naar mooie oplossingen en/of onverwachte visies op een zaak. Laat stress die intuïtie dus niet ondersneeuwen.

Herken een hoge werkdruk bij een collega

Eén van de signalen dat een collega last heeft van een hoge werkdruk is wanneer hij/zij steeds meer uren maakt. Je collega heeft minder tijd om pauze te nemen en gaat ‘s avonds langer door.

Ook neemt je collega het werk vaak mee naar huis. Werk en privé gaan steeds meer door elkaar heen lopen, zonder dat er ruimte is voor ontspanning.

Andere signalen kunnen zijn dat je collega minder opgewekt is en zich meer in het werk terugtrekt. Ook kan het zijn dat je collega meer fouten gaat maken, chaotischer is en vergeetachtiger wordt. Iemand ziet er bovendien slechter uit en toont een vermoeide indruk.

Ook hierbij geldt, maak het bespreekbaar. Toon interesse en vraag oprecht hoe het met je collega gaat.

Vraag om hulp

Herken je bij jezelf dat je al een tijd je werk mee naar huis neemt? Dat je je werk moeilijk kan loslaten en dat werk en privé steeds meer door elkaar gaan lopen? Ben je niet meer die advocaat volop energie zoals in het begin? Heb je last van fysieke, lichamelijke en emotionele klachten?

Schroom niet en vraag om hulp. Juist mensen met een burn-out vinden hulp vragen lastig. Om uit de vicieuze cirkel te kunnen breken is dit echter een van de belangrijkste stappen.

Een gespecialiseerde burn-out coach kan je helpen om je werkplezier terug te krijgen en je die energie terug te geven die je mist als je overwerkt bent. Zeker als je al in een burn-out zit is het belangrijk om gespecialiseerde hulp te accepteren.

Artikel geschreven door Lineke Booster, burn-out specialist bij Instatera


Bezoek de website van Instatera voor meer informatie

burnoutexpertartikelafbeelding-1200x800.jpg
24/mei/2019

Eén op de tien nieuwe advocaten overweegt om uit het vak te stappen.

Dat blijkt uit onderzoek van de Stichting Jonge Balie Nederland en verzekeraar Movir. De helft van de jonge advocaten ervaart veel stress op het werk. Uit het onderzoek, uitgevoerd onder 579 jonge advocaten, bleek dat de helft van hen stress ervaart vanwege de druk om nieuwe opdrachten binnen te halen. 44 procent ervaart een (te) hoge werkdruk op kantoor. Ondanks een daling ten opzichte van vorig jaar, blijft het risico op uitval bij jonge advocaten hoog. Eén op de tien geeft aan te overwegen om uit het vak te stappen.

Werkdruk en vrije tijd

Eén op de vier jonge advocaten werkt meer dan 50 uur per week en ondanks dat vier op de vijf tevreden is met het beroep, geeft de helft van de advocaten ook aan een slechte balans tussen werk en privé te hebben. Eén op de vijf advocaten gebruikt stimulerende middelen tegen de stress, zoals het drinken van extra koffie en energy drinks. Twee procent geeft aan regelmatig het gebruik van drugs in de werkomgeving tegen te komen.

Volgens advocaat Martin Krüger, ook bestuurslid van de Stichting Jonge Balie Nederland, is er sprake van een stijgende lijn van stress en werkdruk. ‘De redenen daarvoor zijn niet helemaal duidelijk. Maar ze hebben een opleiding naast hun baan, daarnaast vaak veel sociale contacten en ze hebben vaak de neiging niet snel hulp in te schakelen. Het is verstandig om daarom werkdruk bespreekbaar te maken.’

Bron: BNR


Ervaar jij een hoge werkdruk?

Soms is het prettig om je eigen situatie te bespreken om zo te kijken wat er aan de hand is. Burnout.expert werkt al een aantal jaren succesvol samen met de Burn-out Specialisten van Instatera. Zij staan voor je klaar om je telefonisch te woord te staan in een gratis intake gesprek. Je krijgt direct handvatten om je beter te gaan voelen. Bezoek de website van Instatera voor meer informatie.

Bezoek de website voor meer informatie