NIEUWS

Dopamine-1200x800.jpg
21/mei/2019

Dopamine is een razend belangrijk stofje. Deze neurotransmitter kan er namelijk eigenhandig voor zorgen dat jij je on top of the world voelt. Tegelijkertijd is dopamine een kwetsbare neurotransmitter. Stress, alcohol, cafeïne en suiker kunnen je dopamine-balans flink verstoren. 

Dopamine: zo houd je dit gelukshormoon op peil

In je hersenen vindt voortdurend communicatie plaats tussen miljarden zenuwcellen (neuronen). Deze communicatie verloopt via kleine elektrische stroompjes tussen de cellen. Om deze stroompjes goed door te kunnen geven zijn razendsnelle ‘hersenboodschappers’ nodig: neurotransmitters. Bekende neurotransmitters zijn serotonine en dopamine. Waar serotine een kalmerende werking heeft, heeft dopamine juist een opwekkend effect. Het stofje wordt niet voortdurend afgegeven, maar telkens wanneer je dingen doet die volgens je hersenen een beloning verdienen. Denk aan sporten, eten, seks en verliefd zijn. De afgifte van dopamine zorgt voor een golf van genot. Het plezierige gevoel dat je krijgt zorgt ervoor dat je het dopamine-opwekkende gedrag wilt herhalen.

Pick-Me-Up’s

Om met een grote glimlach door het leven te gaan is het belangrijk je dopaminegehalte op peil te houden. Het beste dat je daarvoor kunt doen, is stress binnen de perken houden. Als je langdurig last hebt van stress kan de productie van dopamine in het gedrang raken. Om toch een gevoel van geluk te ervaren, ga je dan vaak op zoek naar iets buiten jezelf waardoor je je beter voelt: pick-me-up’s. Dit zijn stoffen die je kunt eten, drinken, inhaleren of injecteren. Ze maskeren negatieve gevoelens door de hoeveelheid positieve neurotransmitters (waaronder dus dopamine) tijdelijk te vergroten. De meest gebruikte pick-me-up’s zijn:

1) Suiker – Suiker is, in welke vorm dan ook, de meest gebruikte pick-me-up
2) Cafeïne– Koffie, chocolade, frisdrank en veel theesoorten.
3) Alcohol – Alcohol helpt je ontspannen en geeft je het idee dat je veel energie hebt en de hele wereld aan kunt. Het helpt je ook je agressie toe te laten, vermindert het gevoel voor pijn en versterkt de sensatie van plezier.
4) Tabak, drugs – Deze drugs werken direct en extreem snel op het niveau van je positieve boodschappers.

Het probleem met pick-me-up’s

Het lastige aan pick-me-up’s is dat ze je neurale systeem niet in balans brengen. Door pick-me-up’s te gebruiken voel je je éven goed, daarna ebt het prettige gevoel snel weer weg. Gelukkig zijn er – naast het verminderen van stress! – gezondere manieren om de aanmaak van dopamine te stimuleren. Hieronder vind je 5 tips.

1) Tyrosine en fenylalanine
Dopamine wordt in je lichaam aangemaakt uit het aminozuur tyrosine (L-tyrosine). Tyrosine kan op zijn beurt in het lichaam aangemaakt worden door het aminozuur fenylalanine (L-fenylalanine). Eet voedsel dat rijk is aan tyrosine en fenylalanine. Denk aan amandelen, avocado’s, bananen, zuivel, peulvruchten, zaden, noten, mager rood vlees, kip, kalkoen, zeevruchten en tofu. Een maaltijd met veel eiwitten en weinig koolhydraten kan helpen de dopaminespiegel te verhogen.

2) Anti-oxidanten
Zorg ervoor dat je meer anti-oxidanten binnen krijgt. Dopamine oxideert gemakkelijk en antioxidanten kunnen vrije radicalen verhinderen om schade aan te brengen aan hersencellen die dopamine produceren. Anti-oxidanten is een verzamelnaam voor de vitamines C en E, bètacaroteen, seleen en zink. Eet daarom veel bladgroente, asperges, broccoli, bietjes, paprika’s, sinaasappels, aardbeien, bloemkool, spruitjes, noten, zonnebloempitten en wortels.

3) Vitaminen en mineralen
Foliumzuur, ijzer, magnesium, vitamine B3 en B6 zijn betrokken bij de synthese van dopamine in je lijf. De juist voeding, zoals groente, fruit en rood vlees, of voedingssupplementen kunnen ervoor zorgen dat je voldoende vitaminen en mineralen binnen krijgt.

4) Kom in beweging
Zorg ervoor dat je elke dag voldoende beweegt. Sport verhoogt het calciumgehalte in je bloed. Dit stimuleert de dopamine productie en de opname van dopamine in je hersenen. Probeer 30 tot 60 minuten per dag te lopen, zwemmen of joggen om je dopamine aanmaak op gang te helpen. Ook seksuele activiteit en aanrakingen verhogen de dopamine aanmaak.

5) Zorg voor voldoende nachtrust
Slaap voldoende. Je hersenen verbruiken heel weinig dopamine terwijl je slaapt, dus met genoeg slaap hou je meer over voor de volgende dag. Slaap minstens 8 uur per nacht.

Dopamine en burn-out
Mensen met een burn-out hebben een tekort aan dopamine. Dopamine zorgt ervoor dat je lekker in je vel zit en wordt ook wel het ‘gelukshormoon’ genoemd. Beweging in de natuur zorgt voor nieuwe aanmaak van dit gelukshormoon. Coaches van Instatera gaan altijd de natuur in en zorgen voor voldoende beweging. Op die manier wordt het herstelproces vanuit een burn-out bevordert.

Bron: Holistik


https://www.burnout.expert/wp-content/uploads/2016/12/Solvo_728x90.jpg

actueel_depressieepidemie-1200x800.jpg
21/mei/2019

Uit ‘De depressie-epidemie’ van Trudy Dehue: ‘Ik zie veel ongelukkige mensen om me heen. Ik zie mieren in een veel te druk bestaan, die hun huilen inhouden. Waarin ze wijst op het probleem dat wij onszelf aanpraten dat ons leven druk en succesvol moet zijn. Dat het niet saai mag zijn. Dat zet veel onnodige druk op ons bestaan’.Dit om mensen aan het denken te zetten: Wat maakt dat ik het niet toesta dat mijn leven saai mag zijn? Wat zou er gebeuren als dit wel mocht van mijzelf? Ik merk bij mijzelf dat als ik niet vasthoud aan een druk en succesvol leven, maar dit loslaat, er ruimte ontstaat: ruimte en heel veel mogelijkheden.

Boek verkrijgbaar bij: < Bol.com >


https://www.burnout.expert/wp-content/uploads/2016/12/Solvo_728x90.jpg

burn-out-website-1200x800.jpg
21/mei/2019

Stress en burn-out zijn ondertussen niet meer weg te denken uit het dagelijks leven. In de media wordt er veel over geschreven en worden er ook allerhande oplossingen aangeboden. Niet zo vreemd omdat inmiddels 1 op de 5 Nederlanders stress gerelateerde klachten heeft en de kosten voor ziekteverzuim door stress richting 1 miljard per jaar gaan. Kortom, een groot maatschappelijk probleem waar nog veel onduidelijkheid over is. 

Wij als initiatiefnemers van het onafhankelijke platform burnout.expert vonden het hoog tijd om een compleet aanbod van informatie te verschaffen voor zowel mensen die (denken) stress te hebben als de partners, werkgevers van mensen met stress. De oorsprong licht in het feit dat we uit ervaring geleerd hebben hoe radeloos en verloren je je kunt voelen als je een burn-out hebt. 

In samenwerking met Stichting Gezondheid en Keurmerk Gezond Bedrijf informeren we zowel particulieren als bedrijven en proberen we een positieve ontwikkeling op gang te zetten in het voorkomen van burn-out en het op de juiste wijze hanteren van stress. 

Met dit nieuwe platform hopen we een antwoord te geven op de veelgestelde vragen. Ook al realiseren we ons dat een burn-out gespecialiseerde zorg vereist wilden we toch ook een aantal eenvoudige handreikingen doen en waar mogelijk wat handvatten bieden in de eerste stappen naar herstel. 

Burn-out en stress in deze omvang is nieuw voor onze maatschappij en de hoeveelheid (wetenschappelijk) onderzoek is nog beperkt. Wij hebben de ambitie om dit platform continue aan nieuwe ontwikkelingen aan te passen en de meest relevante accurate informatie toegankelijk te maken voor een breed publiek. Tevens willen we een compleet overzicht bieden van de mogelijke oplossingen en de voor- en nadelen van deze keuzes. 

Veel leesplezier en bij vragen, opmerkingen kunt u ons altijd bereiken via het emailadres op de website. We trachten zo transparant en benaderbaar mogelijk te werken.


https://www.burnout.expert/wp-content/uploads/2017/01/Solvo_300x600-20182.jpg

Stress-1200x800.jpg
21/mei/2019

Lunchinterview 25 en een burn-out. Bregje Hofstede schreef essays over haar eigen ervaring. Welke rol speelde haar lichaam in de mentale uitputting? „Burn-out is een gebrek aan leegte.”

Elke generatie heeft zijn eigen ziekte en die van de twintigers van nu heet opgebrand. Burn-out, uitgeput, overspannen. Van de jongeren tussen de 25 en 35 treft het één op de zes, berekende het CBS. Vrouwen iets vaker en vroeger dan mannen. Waarom knak je in de bloei van je leven?

Voor het antwoord gaat deze generatie graag bij zichzelf te rade. Schrijfster Bregje Hofstede (28) kreeg een burn-out toen ze bijna 25 was. In haar essaybundel De herontdekking van het lichaambeschrijft ze hoe het haar verging én zoekt ze naar een onderliggende verklaring voor de ziekte van haar tijd.

Ernstige blauwe ogen in een onopgemaakt gezicht. We zitten in een tot restaurant verbouwde boerderij aan de Ringdijk in Amsterdam. Ze is de tweede dochter van een gepromoveerd gedragsbioloog (vader) en een gepromoveerde mediëvist (moeder). Zelf deed ze na het gymnasium twee studies – Frans en kunstgeschiedenis en woonde in drie steden – Utrecht, Berlijn en Parijs. Op haar vijfentwintigste debuteerde ze met haar roman Hemel boven Parijs. Het boek werd vertaald, verfilmd en genomineerd voor vele prijzen. Maar tegen die tijd had zij „een brein ter grootte van een walnoot” en nagenoeg nutteloze ledematen. „Woordeloze weken” bracht ze zittend door in een stoel voor het raam, gevangen in een lichaam dat niet meer meedeed.

Ja, natuurlijk waren er eerder „alarmsignalen”. Buikpijn, een constante piep in haar oren, slapeloos, een bonzend hart ook als ze niet bewoog. Ze lacht: „Kun je allemaal prima overheen stappen als je een deadline moet halen.” Aan een burn-out dacht ze niet. „Welnee, dat associeerde ik met mensen van 40 of 50. Mijn vader is overspannen geweest toen ik klein was.” Van de huisarts kreeg ze bètablokkers om haar hartslag wat te kalmeren. „Slaaptabletten wilde ik niet. Ergens begreep ik zelf ook wel dat ik dan het echte probleem zou begraven.” Haar probleem openbaarde zich in het park, waar ze op een bankje zat uit te rusten. „Ik wist niet meer hoe ik moest lopen.”

Een gezond lichaam voel je niet, zegt ze. En aan een lichaam dat even protesteert, moet je vooral niet te veel aandacht besteden. „Mijn vader is zeker niet soft, maar mijn moeder is… heel flink. Als ze twee keer ziek is geweest in mijn jeugd, is het veel.” Haar moeder schreef haar proefschrift met vier spelende dochtertjes om zich heen en daarna werd ze conrector op een middelbare school in Ede, de stad waar ze woonden. „Ze was van doorpakken en niet zeuren.” Bregje Hofstede was een keurige leerling en daarna een voorbeeldige student. Zo’n meisje dat nóg een extra vak doet, en een 9 haalt waar een 6 volstaat. Ook toen moest ze af en toe huilerig van vermoeidheid afhaken. „Maar na een dag of twee kon ik er wel weer tegenaan.”

Lastig, lijkt me, om aan zo’n flinke moeder te vertellen dat het niet meer gaat. „Mijn moeder was vooral bezorgd, ik zag het zelf als falen. Toegeven dat je een stap terug moet doen, is heel moeilijk. Je schaamt je. Ik heb een vriendin die hetzelfde overkwam. Zij ging naar haar bedrijfsarts, die constateerde dat ze overwerkt was. ‘Maar ik schrijf wel op dat je Pfeiffer hebt’, zei de arts. Dan hoefde ze tegen niemand te zeggen wat er echt aan scheelde.”

Toen haar lichaam staakte, stopte haar denken niet. Na anderhalf jaar kwakkelen en zo nu en dan een opleving begon Bregje Hofstede te verwoorden wat haar was overkomen. In haar essays – sommige verschenen eerder bij De Correspondent – verwijst ze naar essays van grote schrijvers (Sartre, Haruki Murakami) en filosofen. Ze stapt in de voetsporen van Schopenhauer en Nietzsche met haar lofzang op de wandeling als remedie tegen stress. „Wandelen brengt je naar je eigen gedachten, zoals ze opspringen zonder druk van buitenaf.”

https://www.burnout.expert/wp-content/uploads/2016/12/Solvo_728x90.jpg

Meer dan een scorebord

Vindt Bregje Hofstede hét antwoord op de vraag hoe het kan dat zo veel jonge mensen afhaken? Nee. Ze geeft wel twee voorzetten. Een: de burn-out is een collectieve trend die met individuele oplossingen wordt bestreden. Met yoga, een sabbatical, een wandelvakantie. En twee: een burn-out wordt omschreven als een mentale aandoening met mentale oorzaken. Stress, geldproblemen, relatieperikelen. Maar de ziekte uit zich via het lichaam, bij haar althans. „Ik vroeg me af welke rol het lichaam speelt bij de aanloop en het herstel van een burn-out.” Het lichaam, zegt zij, is toch meer dan een scorebord voor wat er in de geest is misgelopen.

Ze is groot geworden met een „milde minachtig” voor haar lichaam en het lichamelijke. „Het was mind over matter.” Studie en boeken boven make-up of lang haar. Na haar burn-out ging ze beter op haar lichaam letten. Zo veel beter dat het ongezond werd. „De dag begon met een minuut kort afdouchen. Ik at alleen vers en volkoren, geen koffie of thee, sportte elke dag, op vaste tijden dimde ik de lichten en na tien uur ’s avonds geen lichtgevende schermen meer.” Het hielp niet. „De vitamines, de meditatie en het sporten dienen hetzelfde doel als koffie en suiker. Die zogenaamd gezonde rituelen zijn bedoeld om het lichaam nog beter toegerust in dienst te stellen van het hoofd. We gebruiken ons lichaam zo economisch en nuttig mogelijk, maar plegen daarmee roofbouw op onszelf.”

Hier, bij de Vergulden Eenhoorn, drinkt ze afwisselend thee uit een zakje en thee van verse munt en gember. Ze eet een pompoensalade. Gezond, zeker, maar ze kiest het omdat ze het lekker vindt. „Ik weet hoe het is om supergezond te leven en je superkut te voelen.” Ze wantrouwt zichzelf nu, zegt ze, als ze op het punt staat „iets gezonds” te doen of te eten. „Doe ik het omdat ik het prettig vind, of omdat het verstandig is?” Luister even mee naar haar interne stemmetje: „Ik wil naar yoga. Waarom wil ik dat? Omdat ik gestresst ben. Als ik yoga doe, heb ik minder stress. Met minder stress, slaap ik beter. Als ik niet goed slaap, heb ik morgen geen goede werkdag. Als ik niet goed werk….” Ze haalt diep adem. „Zo wordt ontspannen presteren.”

Hofstede schreef over haar ziekte in essays. Ze zijn gebundeld tot een boekje, met daarin de weerslag van een paar jaar grondig denkwerk. Waarom geen roman? „Waarom zou ik een doek over mijn ervaringen hangen en doen alsof het een theatervoorstelling is?” Om niet ‘dat meisje met die burn-out’ te worden? Ze haalt haar schouders op. „Misschien, maar dat is geen reden om het niet te doen. Ik ben het aan mezelf verplicht er open over te zijn.”

Particuliere ervaring

Ze analyseert haar particuliere ervaring om de ziekte van haar tijd te doorgronden. „Ik weet nu dat gewaardeerde eigenschappen als perfectionisme, ambitie en wilskracht zich tegen je kunnen keren.” Haar burn-outcoach vertelde dat ze in haar praktijk opvallend veel jonge vrouwen behandelt die en burn-out zijn én een eetstoornis hebben. Ze grijnst. „Ik heb ook talent voor allebei.” Ze is op haar twaalfde even gestopt met eten. „Maar het ging me zo goed af, dat ik wist: dit is gevaarlijk. Zelfbeheersing, doorzettingsvermogen en controle maken dat je fysieke signalen als honger of vermoeidheid kunt negeren tot je ze niet eens meer herkent.” Komt nog bij dat veel jonge vrouwen kritisch (lees: ontevreden) naar hun buitenkant kijken. „Ze hebben een gebrekkige proprioceptie. Wat er binnenin gebeurt, voelen ze niet meer.”

Burn-out, zegt Bregje Hofstede, kun je niet terzijde schuiven als een luxeprobleem. „Het is een maatschappelijk probleem. Wij zijn de meest bevoorrechte generatie ooit. Hoe kan het dat we er zo aan toe zijn?” Hoe kan het, bijvoorbeeld, dat het haar moeder niet, en haar wél is overkomen? „Ja”, zucht ze. „Die vraag heb ik mezelf ook vaak gesteld. Vroeger werd er ook hard gewerkt. De Twentse textielarbeiders vast harder dan wij nu.” Het antwoord ligt, denkt zij, in het soort belasting van het werk. „Het is niet zozeer fysieke uitputting die leidt tot een burn-out. Het is meer de voortdurende aanspraak die wij doen op ons hoofd. Het is mentale moeheid.”

Haar generatie is de eerste die opgroeide met het gevoel van voortdurende bereikbaarheid. „Ik heb een tijd een app op mijn telefoon geïnstalleerd die bijhield hoe vaak en hoe lang ik erop zat. Daar schrok ik van. Alleen al die tijd die je doorbrengt op je beginscherm om te checken of er nog een berichtje is binnengekomen.” Misschien, zegt zij, is ‘opbranden’ wel een verkeerde metafoor. „Een burn-out is niet een gebrek aan brandstof, het is een gebrek aan leegte.” Aan niksdoen, even geen muziek, geen contact, geen filmpjes, of glimpen van wat andere mensen aan het doen zijn. „Mijn generatie is op plek A, maar volgt wat er op plek B, C en D gebeurt. Je geest is niet waar je lichaam is. We zijn op drift. We raken onthecht van plaats, tijd en context. Dat veroorzaakt diepe onrust en uiteindelijk een leeg gevoel.”

Niet dat Bregje Hofstede tegen digitale technologie is of pleit voor een wifiloos bestaan. „We moeten er alleen slimmer mee leren omgaan. We hebben de technologie om liften te maken die zo snel gaan dat je oren ervan gaan bloeden. Er is een grens aan wat ons lichaam aankan en wat ons brein aan prikkels verdraagt.”

Aan haar tweede roman was ze twee jaar geleden al begonnen, zo’n beetje op het hoogtepunt van haar ziekte. Ze heeft alles weggegooid en is net helemaal opnieuw begonnen. Wat las ze in de oude versie? Ze rolt met haar ogen. „Zo krampachtig. Het was een doodgeboren boek.” Is ze genezen, denkt ze? Ze knikt voorzichtig van ja. Ze heeft „leren voelen” hoe het fysiek met haar gaat, ze weet nu dat er een grens is aan hoe flink ze moet zijn en dat ze niet alles op mentale kracht moet doen. Haar grootste verandering van afgelopen twee jaar? Ze denkt na. „Misschien ben ik iets minder cerebraal.”


GRATIS ADVIES VAN EEN SPECIALIST

Soms is het prettig om je eigen situatie te bespreken om zo te kijken wat er aan de hand is. Burnout.expert werkt al een aantal jaren succesvol samen met de Burn-out Specialisten van Instatera. Zij staan voor je klaar om je telefonisch te woord te staan in een gratis intake gesprek. Je krijgt direct handvatten om je beter te gaan voelen. Bezoek de website van Instatera voor meer informatie.

Bezoek de website van Instatera voor meer informatie

Burn-out-1200x800.jpg
21/mei/2019

Het aantal werknemers dat uitvalt door psychische klachten in Nederland groeit gestaag. Uit cijfers van Capability, een van de grootste ziekteverzuim specialisten, blijkt dat 31 procent van de verzuimdossiers te maken heeft met psychische klachten. In 2014 bedroeg dat percentage ‘slechts’ 19 procent. In datzelfde jaar luidde de GGD de noodklok: voor het eerst waren er meer mensen arbeidsongeschikt door psychische klachten dan door lichamelijke ongemakken. Ruim 415.000 mensen zaten arbeidsongeschikt thuis vanwege een psychische aandoening of gedragsstoornis, zo bleek uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Volgens Wilmar Schaufeli, arbeids- en organisatiepsycholoog aan de Universiteit Utrecht, zijn er verschillende redenen voor deze cijfers. ‘Er is niet één reden te noemen, maar er is wel een aantal factoren te noemen die een grote rol speelt.’ Zo is er de intensivering van het werk. ‘Mensen worden steeds meer geacht met hun hart en hoofd te werken in plaats van met hun handen. Daardoor is uitputting van de hersenen steeds meer voorkomend.’

Ook de verwachting van werknemers speelt een rol bij dit stijgende aantal mensen dat met psychische klachten thuis zit. ‘Mensen willen niet alleen een goed salaris, maar ook interessant en uitdagend werk. Ook baanonzekerheid brengt stress met zich mee.’

Tel daarbij de verruiming van het ziektebegrip op, en je hebt volgens Schaufeli een goede cocktail om het oplopende aantal burnouts te verklaren. ‘Stel: iemand komt te overlijden door een hartaanval. Vroeger werd dat gezien als een lichamelijke klacht, maar nu wordt steeds vaker onderzocht waar die hartaanval door ontstaan is. Dat kan bijvoorbeeld door stress of andere psychische klachten zijn.’ Ook het benoemen van psychische klachten is veranderd. ‘Vroeger had nog nooit iemand gehoord van ADHD en was depressie nog niet volksziekte nummer 1. Mensen trekken sneller aan de bel.’

Herkennen

Managers zouden volgens Schaufeli die bel beschikbaar moeten stellen. ‘Er moet een open cultuur op kantoor bestaan waarin werknemers zich vrij voelen om werkdruk, vervelende collega’s of zaken in de privésfeer spelen en invloed hebben op hun functioneren bespreekbaar te maken.’

Vooral laatstgenoemde factor ligt vaak ten grondslag aan een burnout. ‘Veel mensen die uiteindelijk op de bank bij de bedrijfsarts eindigen, hebben naast hun werk en de druk die daarbij komt kijken nog allerlei problemen in de privésfeer. Het is belangrijk dat daar oog voor is op de werkvloer: je huurt een werknemer allang niet meer alleen in tijdens kantooruren, mensen nemen hun problemen mee naar werk.’

Aan de manager de taak om deze problemen te herkennen. ‘Het gaat om contact met mensen. Als manager moet je niet alleen af en toe vragen hoe het met je werknemers gaat, maar ook zelf initiatief nemen om het standaard antwoord dat het goed gaat te doorzien.’ Het klinkt allemaal heel makkelijk, maar werknemers gaan niet vaak als eerste naar hun manager om dit soort klachten te melden. ‘Ze verbergen het juist vaak, omdat ze bang zijn om zwak over te komen of problemen voor de manager op te leveren.’


https://www.burnout.expert/wp-content/uploads/2016/12/Solvo_728x90.jpg

Individueel

Het gaat volgens Schaufeli voor een groot deel over goed werkgeverschap. ‘Uit onderzoek blijkt dat hoge werkdruk, onduidelijkheid over rolverdeling en conflicten factoren zijn die een burnout kunnen veroorzaken. Dit zijn zaken die allemaal voorkomen kunnen worden door mensen bijvoorbeeld zelf hun werktijden in te laten plannen en inspraak te geven in werkprocessen.’

Een medewerkersonderzoek is een goed moment om te peilen hoe werknemers tegen dit soort zaken aankijken. ‘Het wordt anoniem ingevuld, maar als meerdere mensen aangeven dat de werkdruk te hoog is, is dat een teken dat er iets mis is.’ Volgens Schaufeli wordt een burnout nog te vaak benaderd als een individueel probleem. ‘Dat is het makkelijkst, want dan hoef je er als bedrijf niets aan te veranderen.’

Toch is dit vaak niet de oplossing die een manager op de lange termijn voor ogen zou moeten hebben. ‘De aanleiding van een burnout kan wel individueel zijn, maar de oorzaak ligt vaak op werkniveau. Een individuele oplossing voor degene die thuis zit, is dan niet wat je zou moeten willen als manager.’

Bron: MT.nl